De Spiegelsteen - Esmée Gwen

 Hij was mijn vijand. Dat had genoeg moeten zijn. Deze gedachten hielden haar
nachtenlang wakker. Maar iemand een vijand noemen is eenvoudig, zolang je niet
ziet wie hij werkelijk is. Nu wil ik Valthor en zijn volk redden, denkt ze met een zwaar
gemoed.
    Nya zit doodmoe aan de tafel in de troonzaal en ordent haar gedachten. De
aanwezige hofheren en hofvrouwen discussiëren over het wel of niet aangaan van
een oorlog. Oorlog. Nya vraagt zich af of ze ooit in een wereld zal leven waarin alle
wezens vreedzaam samen kunnen leven.


    De oudste hofheer spreekt: ‘De keuze is duidelijk. Wij wenden ons tot de
spiegelsteen en gebruiken haar kracht om de leegte erin op te bergen.’
De leegte is één zonnespiraal geleden op haar wereld geland. Ze onttrekt
energie uit alles dat leeft en sindsdien zijn er plekken veranderd in volledige
duisternis.

    ‘Degene die de spiegelsteen moet hanteren, zal sterven… bovendien is er veel
magie voor nodig,’ reageert hofvrouwe Lyraen van de Ringgebergten zorgelijk.
Het is plotseling stil, maar Nya weet al wie ze willen aanwijzen. Caelthas
vertrekt zoals gewoonlijk geen spier. Lang geleden werd Nya door haar ouders als
vredesoffer naar voren geschoven om zich met Caelthas te verbinden, zodat er een
einde zou komen aan de oorlog binnen het rijk. Haar volk bezit namelijk geen magie
en leeft sinds het begin onder verdrukking. Caelthas was niet alleen de machtigste
hofheer, maar beschikte ook over het grootste leger, dus een alliantie met hem
betekende veiligheid. Ze snapt nog steeds niet waarom hij had ingestemd.


    ‘Caelthas, ik vrees dat jij weer onze baken van vrede zult moeten zijn…’ hoort ze
de oudste hofheer zeggen.


    ‘Ik zal doen wat nodig is om onze wereld vrij te houden van zinloze gevechten,’
reageert Caelthas kil.


    Nya legt instinctief een hand op zijn arm. Gedwongen of niet, ze geeft om hem.


    De oudste hofheer kijkt haar strak aan en zegt resoluut: ‘Goed. Caelthas zal
morgen bij het eerste licht vertrekken om de spiegelsteen te hanteren.’


    Nya slaat haar ogen neer. Zonder haar verbintenis met Caelthas zal haar volk
wellicht weer in onderdrukking moeten leven, of ze het nou winnen van de leegte of
niet. Ze zal de onderlinge strijd nooit vergeten. Ze wil het niet meer aanzien. Oorlog.


    Plots hoort ze Caelthas’ stem door de ruimte vibreren: ‘Weet dat de positie van
Nya als hofvrouwe van hof Fluisterlicht onveranderd blijft, voor altijd.’


    Nya ontmoet Caelthas’ blauwe ogen en de stemmen om haar heen verstommen.
Ze kan de belofte erin proeven en voelt een traan over haar wang stromen. Ineens is
het duidelijk wat haar te doen staat.


    ‘Ik ga met je mee zodat ik bij je kan zijn,’ fluistert Nya. Zodat ik de steen van je
kan stelen, denkt ze tegelijkertijd.


***


    Nya staat op de plek in het woud waar ze hem voor het eerst tegenkwam.
‘Valthor,’ fluistert ze als ze plots zijn aanwezigheid voelt.


    ‘Je neemt een risico om mij op te zoeken. Het is bekend dat er voor oorlog is
gekozen,’ reageert hij duister.


    Nya staart naar de zwarte leegte die voor haar zweeft. ‘Het spijt me, maar het is
me niet gelukt om ze te overtuigen.’ Haar borst gaat hard op en neer als ze aan haar
ondoordachte plan denkt. Valthor zweeft dichter naar haar toe en als zijn duisternis
haar aanraakt, voelt ze zich plotseling lichter. Nya glimlacht. ‘Als ze je nou konden
ontmoeten… ik probeerde tijdens de vergaderingen een oorlog te stoppen zonder
bewijs. Je weet hoe ze over mij denken.’

    Want het bewijs staat recht voor haar. De leegte kan ook negatieve energie
wegnemen. Zo kan Valthor de bomen weer gezond maken die tekenen van verrotting
vertonen. Toch heeft Valthor haar verboden om ooit over hun verstandhouding te
praten.


    ‘Zij die niet open staan voor anderen, zullen dat nooit staan. Er zijn aan beide
kanten te veel vergissingen gemaakt.’


    Nya zucht. ‘Wat ben je te weten gekomen?’ vraagt Valthor die haar beter lijkt te
kennen dan wie dan ook.


    Krachtig reageert ze: ‘Ik heb een plan.’


    Ze legt uit dat ze van plan is om de steen van Caelthas te stelen en te gebruiken
als machtsmiddel om de oorlog te stoppen.


    ‘Je hebt de steen al vaker genoemd. Hoe zou een oorlog gestopt kunnen worden
met één steen?’


    Nya slikt. Het is verboden om over de macht van de steen te praten. Niemand
buiten de hofheren en hofvrouwen weten ervan af. Zal ze het vertellen?


    Nya schudt de twijfels van zich af, want zo lijkt ze net op de rest. ‘De steen is
gebruikt in de laatste, grote oorlog tegen het zwarte rijk. Maar de spiegelsteen kan
niet zonder extreme gevolgen gebruikt worden, want zij neemt er altijd iets voor
terug. Zo is mijn volk ontstaan toen de spiegelsteen werd gebruikt voor haar macht;
de eerste elfen die na de oorlog tegen het zwarte rijk werden geboren, hadden geen
magie. Tegen jullie als tegenstander zal de raad geen oorlog willen starten zonder de
steen. Wie de spiegelsteen hanteert, zal altijd zegevieren. Met de steen in mijn bezit,
zullen ze naar mij luisteren.’


    Valthors zwarte leegte neemt langzaam de contouren aan van een elf. Hij loopt
op haar af en blijft vlak voor haar staan, waardoor ze instinctief opkijkt naar de plek
waar zijn gezicht zou moeten zitten. Zijn hand veegt een lok uit haar gezicht. ‘Ik zal
altijd naar je luisteren.’


    Nya rilt, want haar hart zit gevangen in alles wat onuitgesproken is.


***


    ‘We varen veertien maanlussen over de rivieren voordat we bij de berg
aankomen.’


    Door Caelthas’ stem schrikt Nya op uit haar overpeinzingen. Ze vraagt zich nog
steeds af hoe ze de steen zal gebruiken als machtsmiddel tegenover de raad. Nya
voelt zich sterker als ze naar Valthors schaduw in de rivier staart. Hij zal altijd achter
haar staan.


    ‘Wat is de reden dat je mij wilt vergezellen op deze troosteloze reis?’


    Nya schrikt en staart in Caelthas’ blauwe ogen die haar argwanend bekijken. Als
ze blijkbaar niet snel genoeg reageert, hoort ze Caelthas’ stem opnieuw: ‘Ik heb je
nogmaals expliciet tot hofvrouwe benoemd, om er zeker van te zijn dat jouw volk na
mijn dood veilig is. Toch zit je naast me in deze boot, het gevaar tegemoet tredend.'


    Nya voelt haar ogen vochtig worden. Ze hoopt dat als het moment daar is,
Caelthas naar haar zal luisteren. Ze wil niet tegen hem vechten en heeft Valthor op
het hart gedrukt dat Caelthas niets mag overkomen.


    Nya legt een hand op zijn bovenbeen. ‘Je verdient meer dan dit.’


    Ze meent het, maar het blijft stil.


    De veertien maanlussen verstrijken en Nya voelt de zwaarte steeds meer op
haar schouders drukken. Zullen haar ouders trots zijn? Dat ze de vrede wil bewaren,
ondanks dat ze Caelthas zal moeten verraden? Haar ouders hebben voor de vrede
hun eigen dochter verraden. Maar Nya snapt het, en ook zij kan niet afwachtend
toekijken. Ze kan zowel Caelthas’ als Valthors leven redden door de spiegelsteen te
stelen.


    ‘We zijn er,’ zegt Caelthas plotseling.


    Na een steile klim staan Nya en Caelthas zij aan zij voor de bergopening. Nya
leest de tekst die op de stenen is gegraveerd hardop voor: ‘Wie hier spreekt, draagt
geen leugen.’


    Er is iets akeligs aan deze plek, maar toch zet Nya haar angst aan de kant. Als ze
een stap wil zetten, gaat Caelthas plotseling voor haar staan. Met grote ogen staart
ze naar zijn uitgestoken hand, want Nya weet wat voor dodelijke lichtstralen daar uit
kunnen komen.


    ‘Caelthas?’ vraagt ze vertwijfeld.


    ‘Ik ken je, Nya. Ik wil de waarheid of ik zal je tegenhouden.’


    ‘Je wilt mij geen pijn doen,’ reageert ze rustig.


    Caelthas’ hand zakt en ze ziet de teleurstelling in zijn ogen als ze daarmee zijn
gedachten bevestigt. ‘Ik-’


    Zijn woorden worden onderbroken doordat hij plotseling in elkaar zakt.
‘Caelthas!’ schreeuwt Nya en rent op hem af. Ze luistert naar zijn borst, maar
hoort zijn hartslag nog stevig kloppen. Opgelucht snauwt ze: ‘Je gaf me geen kans om
mijn plan uit te leggen.’


    Als de reactie uitblijft, staart Nya naar de ingang. Het voelt alsof iemand haar in
het gezicht heeft geslagen als ze begrijpt wat er zojuist is voorgevallen.


    Valthor heeft haar verraden.


    ‘Valthor!’ roept Nya herhaaldelijk als ze door de donkere gangen van de berg
rent. Ze dwaalt, en heeft geen idee wat haar precies voortdrijft.


    Het zweet gutst langs haar rug en ze valt op haar handen en knieën als ze
uiteindelijk in een open ruimte terechtkomt. Nya hapt naar adem en begint hevig te
hoesten, maar een plotselinge windvlaag in haar gezicht zorgt ervoor dat ze opkijkt.
Haar handen rusten niet op de grond, maar op de rand van een stenen kom. In de
kom ziet Nya een schitterend voorwerp dat niet groter is dan haar hand. Nya houdt
haar adem in als ze beseft waar ze naar staart. Het is de spiegelsteen waar een
onvoorstelbare kracht uit pulseert. Nya negeert de innerlijke stem die haar probeert
te waarschuwen, en pakt de steen op.


    De volgende keer dat Nya met haar ogen knippert, zweeft haar lichaam door een
eindeloze witte wereld. Ze durft niet te spreken als er een prachtige elfin op haar
afkomt die lijkt op de vrede zelf.


    ‘Ik zal je wens vervullen. Je wilt voorgoed een einde maken aan de
onderdrukking van jouw volk en de leegte zal opgesloten worden in de steen. Het
enige dat ik daarvoor terugvraag, is jouw leven en iets onbenoemds.'


    De vrede steekt haar hand uit en Nya voelt een grote drang om deze vast te
pakken. Dan, na een plotselinge vibratie in de lucht, lijkt het alsof er iets zich
vastgrijpt aan Nya, waardoor zij angstig haar hand terugtrekt.


    ‘Waarom heeft h-hij mij verraden?’ stottert Nya en legt van de pijn haar hand op
haar hart. 


    ‘De steen neemt je levenskracht al af. Ga akkoord met mijn voorstel. Valthor
heeft je verraden, omdat hij de steen wil vernietigen om de opgeslagen energie erin
vrij te laten. Wereld na wereld heeft Valthor, nadat zijn volk was verslagen door de
elfen, naar die energie gezocht. Dankzij jou heeft hij haar eindelijk gevonden.Valthors volk is het zwarte rijk waar jullie ontelbare zonnespiralen geleden tegen
hebben gevochten.’


    Nya hoort de waarheid in haar woorden, maar kan het niet geloven. Valthor was
haar…haar hoop.


    ‘Pak mijn hand!’ zegt de elfin ongeduldig.


    ‘Nya,’ fluistert een echo in de stilte.


    ‘Vecht ertegen, Nya,’ smeekt een andere echo.


    Plotseling lijkt er een scheur in de eindeloze witte ruimte te ontstaan. Ze ziet
hoe Valthors duisternis op haar kronkelende lichaam drukt.


     ‘Er is alleen maar kwade energie in deze berg! Ik kan het niet gebruiken om haar
te redden,’ roept Valthor wanhopig.


    ‘Gebruik mijn magische energie,’ reageert Caelthas die naast hem gehurkt zit.
Ze hoort Valthors aarzeling in zijn stem: ‘Ik weet niet hoeveel energie nodig is
om haar te redden.’


    ‘Ik had al vrede met mijn lot toen ik aan deze tocht begon,’ fluistert Caelthas
terug en ze ziet hoe zijn hand in Valthors leegte verdwijnt.


    Nya wil Caelthas’ naam uitschreeuwen en terug naar haar lichaam.


    ‘Pak mijn hand!’ schreeuwt de elfin opnieuw.


    Dan ziet Nya wat ze werkelijk is: een afzichtelijk wezen dat met haar klauwen
naar Nya’s ziel reikt. Dit is geen baken van vrede, maar een belofte voor oorlog. Dit
wezen is de chaos en verwoesting zelf. De spiegelsteen neemt fundamentele
kernenergie af van volkeren zodat dit weerzinwekkende wezen blijft leven. Ze heeft
erover gelezen in oude geschriften, maar niemand heeft ooit de schoonheid van de
spiegelsteen gekoppeld aan dit wezen dat erin schuilt. Zou het? Nya stelt één vraag
die haar vermoedens zal bevestigen: ‘Waarvoor heeft Valthor de opgeslagen energie
nodig? Hij kan energie onttrekken aan alles dat leeft!’


    Het afzichtelijke wezen begint te gillen, waardoor Nya ineenkrimpt. Maar ze
weet dat het wezen niet kan liegen, want “wie hier spreekt, draagt geen leugen”.


    Twijfel overmant haar, maar uiteindelijk hoort ze dan toch een donkere stem:
‘Die energie is niet hetzelfde. Valthor en zijn soortgenoten leven nog, omdat zij niet
bij de laatste slag tegen de elfen aanwezig waren. Zonder de opgeslagen kernenergie
zal zijn soort uiteindelijk uitsterven. Individuele opofferingen van zijn soort die zich
met zijn energie hebben versmolten, hebben voor een lang leven gezorgd. Want hij is
de prins. De prins van het zwarte rijk.’


    Nya voelt het leven uit haar wegebben.


    ‘Pak mijn hand en sterf met macht, of sterf in deze vergetelheid. In jouw plaats
zal een ander komen, snap je dat dan niet? Jullie zullen altijd vragen om macht.’


    En in dat ogenblik weet Nya wat ze moet doen. Met wat voelt als haar laatste
kracht, slaat ze de steen kapot. Het wezen gilt zo hard dat er bloed uit Nya’s oren
stroomt. Ontelbare scherven komen vrij die in haar lichaam snijden. Ze gilt het uit
van pijn, maar Nya voelt hoe een onbekende kracht haar wezen vervult. Ondanks de
pijn doet ze haar ogen open. Van alle scherven weet ze instinctief welke ze moet
vastgrijpen om haar droom te vervullen. Eenheid.


    Nya’s ogen springen open als ze terug is gekeerd naar haar fysieke lichaam.
Instinctief weet ze welke koude hand op haar hart rust, en ze begint
ongecontroleerd te huilen. Valthor heeft gehoor gegeven aan Caelthas’ wens en al
zijn levensenergie naar Nya overgebracht.


    ‘Wat heb je gedaan?’


    Huilend kijkt Nya op naar de plek waar zijn stem vandaan komt. Uit de
schaduwen stapt Valthor naar voren en ze snakt naar adem als ze hem ziet. Gehuld
in zwarte kleding, zet hij dreigend een stap in haar richting.


    Nya komt wankelend overeind en snauwt: ‘Eenheid. Ondanks je verraad wil ik
niemand zien sterven. Ik heb je de kernenergie teruggeven, maar de helft heb ik
gehouden. Mijn wereld heeft niet zonder reden tegen het zwarte rijk, de leegte zoals
wij het kennen, gevochten. Aan beide kanten schuilt waarheid… Ik heb je een
elfenlichaam gegeven zodat de kernenergie deze wereld niet kan verlaten en jouw
soort eraan gebonden blijft. Jij en ik zullen de brug zijn.’


    Valthor schiet woedend naar voren. De schaduwen die uit zijn lichaam komen
pinnen haar vast tegen de rotswand. Maar Nya is niet meer weerloos en valt hem
aan met gelijke kracht. Ondankbaar wezen!


    Schaduw na schaduw botst op elkaar in een dodelijke dans. Nya zoekt een
opening, stapt in en drukt zich tegen Valthor aan. Hij verstijft wanneer de punt van
haar dolk in zijn zij steekt. De slag is niet dodelijk, maar wel een waarschuwing. Ze
ziet dat Valthor hijgt en haar machteloos aanstaart. Woedend kijkt ze in zijn zwarte
ogen en een donkere lok valt over zijn wenkbrauw als hij naar voren buigt. Ineens is
ze zich bewust van hoe zijn harde lichaam na al die maanlussen van afstand tegen de
hare aandrukt. Haar grip verslapt, en dan voelt ze Valthors lippen plots op de hare.


    Zo ontstonden de eerste schaduwelven, want zonder duisternis bestaat er tenslotte
geen licht.

Terug naar blog

Reactie plaatsen