Het Bloedcontract - Nina Winter

'Hij was mijn vijand. Dat had genoeg moeten zijn. Maar nee, ik moest zo nodig
uitgehuwelijkt worden aan Scath fucking Byrne.' Ik zucht een keer diep en schenk de
glazen tot de rand vol met AB+. Verschrikkelijk duur, maar o, zo lekker.


'Oh, man. Dit is zo veel beter dan wat ik normaal drink.' Seraphine likt haar lippen af
terwijl ze het bloed ronddraait in het glas. 'Maar goed. Scath dus. De man die zich alleen
maar omringt met maagdelijke meisjes die amper 18 zijn als hij ze bijt.'


'Hoe cliché wil je het hebben? De 512 jaar oude vampier die valt voor het meisje dat net
legaal mag drinken. En waarom? Alleen maar om die verdoemde bloedcontracten te
onderhouden. Daar moet ik de dupe van worden. Neem dan zijn broer Luan, niet alleen
een prachtexemplaar om te zien, hij is ook nog eens lief en schijnt een behoorlijke
dingdong te hebben.' Zwarte mist begint zich vanaf mijn lijf te verspreiden door de
kamer. Het begint met een kriebel, laag in mijn buik, en verspreidt zich naar mijn borst,
vanwaar het uit mijn lijf begint te stromen. Ik heb het niet altijd onder controle, vooral
niet als ik bij mijn familie ben.


'Gealach. Doe rustig! Ik zie je amper nog zitten joh!' Ze zwaait al hoestend hevig met
haar armen om zich heen. 'En hoe weet je in helsnaam dat Luan lief is?'
Ik adem een keer diep in en trek dan de mist terug. 'Ik eh, heb misschien eens een korte
fling met hem gehad.'


'Aha. En die dingdong?'


Ik ben op dit moment erg blij met het feit dat vampiers niet kunnen blozen want oh, die
man heeft echt een goeie dingdong. Ik drink het glas in één teug leeg en merk dan op dat
de zon begint op te komen. Sera hoeft niet te weten dat het meer dan een simpele fling
was, en dat Scath degene was die Luan en mij op een wrede manier uit elkaar trok.


'Hm,' humt Sera. Ze kijkt me bedenkelijk aan als ze haar glas op tafel zet en opstaat. 'Ik
ga naar de kerker, het is te laat om nu nog naar huis te gaan.'


Ik besluit mee te gaan. De kerker is verbouwd tot een betonnen blok zonder ramen. Alle
kieren en gaten zijn afgedicht zodat er geen streepje zonlicht meer binnenkomt. Het
enige licht is afkomstig van zacht brandende lampen die sporadisch aan de muren in de
kerker hangen. Ik kijk naar mijn zus. Haar ogen lichten op in het donker, als een kat in de
nacht. We zijn op ons sterkst in het pikkedonker. Door onze grote pupillen en de
reflecterende laag wordt het kleine beetje licht dat in onze ogen valt optimaal benut.


De volgende nacht kom ik mijn vader, Riven, tegen in de keuken. Waarom we in
helsnaam de keuken hebben behouden is mij altijd een vraag gebleven. Op de koelkast
na, waar flessen vers bloed in staan, gebruiken we er precies niets van. 'Ik snap dat je er
tegenop ziet, Gealach, maar dit is nu eenmaal de realiteit. We moeten de
bloedcontracten blijven onderhouden en door het huwelijk met Scath kunnen we straks 
onze territoria uitbreiden.' Hij trekt de koelkast open en haalt er een fles uit. Dit keer
geen AB+, maar het bloed van gedode dieren. Afkomstig van de lokale slager, waar we
een contract mee hebben.


'Ja, dat snap ik allemaal wel, maar waarom moet het per se Scath zijn? Ik haat die man.'


'Hij is nu eenmaal de troonopvolger en jij bent mijn jongste dochter. De Blackthorns
boden te laag. Seraphine is al getrouwd, dat maakt jou de enige optie.' Mijn vader
schenkt twee glazen bloed in en schuift er een naar mij toe.


Fucking Blackthorns. Willen altijd voor een dubbeltje op de eerste rij zitten.


'Dit is eindelijk het moment om te laten zien wat je waard bent voor de familie.'
'Mijn waarde? Alsof ik de afgelopen eeuw niets waard ben geweest? Wie heeft dat
bloedcontract met de slachterij weten op te zetten in '34? En wie gaf jou de tip om in
zee te gaan met de Lockwood familie?'


Mijn vader zucht een keer diep. 'Ja, daar heb je gelijk in. Maar dit gaat verder dan dat.
Het huwelijk staat vast.' En met die laatste zin draait hij zich om en loopt naar de Kapel,
die is ingericht om zaken en contracten te bespreken. Waarschijnlijk zit daar alweer een
of andere hoge pief te wachten op hem.


Een uur later hoor ik hem mijn naam roepen. Mijn moeder snelt naar me toe en pakt me
bij mijn arm om me mee te slepen naar de Kapel. Ik heb hier zo geen zin in, en doe dan
ook totaal geen moeite om in beweging te komen. Mijn moeder wordt boos en trekt me
dan aan mijn oor mee. 'Hel en verdoemenis. Mijn oor!'


De zware houten deur van de Kapel gaat krakend open en wat ik dan zie doet me, als ik
het zou kunnen, mijn adem inhouden. Voor me aan de grote kloostertafel zitten Kaelen
en Rhiannon Byrne. Vader en moeder van mijn aanstaande echtgenoot, die naast zijn
vader plaats heeft genomen en me met een zelfingenomen blik van boven tot onder
bekijkt. Mijn vader schuift de stoel tegenover Scath naar achteren en drukt me er ietwat
hardhandig in. Zelf gaat hij tegenover Kaelen zitten. Mijn moeder neemt plaats
tegenover Rhiannon, een dhampir of halfvampier. Dat maakt Scath, Luan en de andere
zoon Thaddeus driekwart vampieren. Sterfelijk, maar ze kunnen wel een bijzonder lang
leven leiden, en zijn minder kwetsbaar voor zonlicht.


Ik heb geloof ik nog niet eerder zo'n ongelofelijk verveelde vampier tegenover me gehad.
Scath lijkt hier, net als ik, tegen zijn zin in te zitten en gunt me nu niet eens meer een blik
waardig.


'In de nacht van 18 op 19 april is het zo ver. Dan wordt het huwelijk tussen Scath en
Gealach voltrokken en zal ons territorium met drie gebieden vergroten.''Ah, we gaan gelijk met het mes op tafel, geen beleefd gedoe. Daar hou ik wel van,'
antwoord Kaelen hem.


Rhiannon en Morwen, mijn moeder, beginnen door elkaar heen te kakelen over welke
kleur mijn jurk moet zijn, Rhiannon moet en zal bloedrood krijgen, mijn moeder maakt
het niet zoveel uit. Dan krijgen ze onenigheid over het aantal genodigden en trekken ze
elkaar nog net niet over de tafel. Ik rol met mijn ogen en zucht een keer diep.


'Gealach en Scath, jullie gaan nu naar de binnenplaats zodat jullie elkaar beter kunnen
leren kennen.' Mijn vader zwaait zonder ons aan te kijken met zijn hand naar de deur.
Scaths blik glijdt over mijn gezicht voor hij vermoeid opstaat en naar de deur loopt. Ik
volg hem moedeloos. Hij lijkt het liefste van me weg te willen rennen. Nou ja, als hij
tijdens ons huwelijk ook zo afstandelijk is, heb ik er niet veel problemen mee. Plus,
bijkomend voordeel is dat ik Luan vaker zal zien.


In de drie weken voorafgaand aan het huwelijk breng ik vooral veel tijd door in mijn
kerker. Ik heb zo geen zin om wie dan ook onder ogen te komen. Het idee dat mijn leven
zoals ik gewend ben straks voorbij is en ik vastzit aan een man die me geen blik waardig
gunt doet me zowat kokhalzen. Een reflex waarvan ik niet eens wist dat ik hem bezat.
Sera doet af en toe een poging om me op te beuren door een fles AB+ voor mijn deur te
zetten en me tijdschriften met bruidsjurken toe te werpen. Ik gooi ze in de hoek en gulp
de fles bloed in één keer leeg. Fuck de wereld.


Vijf nachten voor het huwelijk wordt er een groot pakket bezorgd. Mijn moeder zet het
op mijn bank. 'Geadresseerd aan jou,' zegt ze achteloos, terwijl haar blik haar
nieuwsgierigheid verraad.


Ik open de grote doos met een mes en struikel even over mijn woorden. Dit had ik niet
verwacht. Zwarte, zachte zijde glijdt door mijn handen. Onder de stof ligt een kaartje.
Zie je bij het altaar. Ik kijk er met een schuin hoofd naar. Misschien valt het allemaal nog
wel mee. Of misschien is zwart gewoon zijn favoriete kleur. Hoe dan ook, ik moet er
maar het beste van maken.


18 op 19 april


De nacht van mijn huwelijk. Mijn handen beven en ik heb al de hele tijd een trillend
ooglid. Horen vampiers überhaupt zenuwachtig te kunnen zijn? Ik stap zo in het
huwelijksbootje met een man die me geen blik waardig gunt. Een man die me vijf, of 110
jaar, het is maar net hoe je het bekijkt, te oud vindt.


Seraphine strijkt een pluk haar achter mijn oor en vertelt over haar eigen huwelijk.
'Lucien en ik hebben ook onze strubbelingen gehad, maar we zijn er altijd uitgekomen.
En in negen van de tien gevallen bij een gearrangeerd huwelijk vallen de vampiers
uiteindelijk toch wel voor elkaar.' Ze zegt het met een dromerige blik in haar ogen.


'Pfft, geloof je het zelf? Ik bedoel, heb je Scath al eens goed bekeken? De man heeft
geen vrienden, draagt continue een monsterlijk zwaard bij zich en heeft een litteken
over zijn wang. Zijn ogen zijn zwart als de nacht en zijn haren ook.' Hij heeft een
gevaarlijk knappe uitstraling én hij is de reden dat ik mijn ware liefde ben verloren.
Althans, zo voelt het. 'Pap en mam waren tenminste echt verliefd toen ze gingen
trouwen.' Mijn schouders zakken naar beneden en Sera geeft me een
verontschuldigende blik.


'Ik weet het, schat. Maar het is wat het is. Probeer er het beste van te maken.' Ze trekt
de linten van mijn korset zo strak aan dat ik blij ben dat ik geen adem hoef te halen.
Het huwelijk wordt voltrokken in het kasteel van de Byrnes. In de grote zaal, een
enorme, langwerpige ruimte, staat het altaar. Naast het enorme altaar staan
kandelaars met kaarsen die schaduwen werpen op de koude stenen van het gebouw.
Het is een groot feest en als ik de ruimte binnenstap zie ik veel verschillende families
zitten. De Moroi familie, de Ashworths, Lockwoods en de Grimshaws zitten vooraan in
de zaal. Verder naar achter zitten minder vooraanstaande families.


Mijn blik valt op Rhiannon, die naast Kaelen op het plateau voor het altaar zit. Ze bekijkt
me met een blik vol afschuw als ze doorheeft dat mijn jurk inktzwart is. Ik grinnik zacht
en loop voldaan door in de richting van mijn aanstaande man. Scath Byrne. Hij ziet eruit
om door een ringetje te halen in zijn zwarte kostuum, maar heeft nog altijd die verveelde
blik op zijn gezicht. Het is gewoon een afhandeling van een contract. Niet meer en niet
minder. Ik herhaal het een paar keer in mezelf, alsof het een mantra is waar ik me
wanhopig aan vast probeer te klemmen.


Normaal gesproken is er tussen vampiers een onbreekbare band, een mate bond om
het zo maar te noemen, en wordt er geen huwelijk voltrokken. Maar aangezien het hier
puur om een zakelijk huwelijk gaat staat er nu een menselijke ambtenaar van de
burgerlijke stand voor ons. De arme man staat te bibberen van angst en stottert zich
door de voltrekking van het huwelijk heen. 


Scath gunt me geen blik waardig, zijn spieren zijn gespannen onder zijn pak en zijn
vuisten zijn gebald. Zodra het tijd wordt voor de ringen verbaast hij me echter. Hij
schuift een ring met een prachtige robijnrode steen om mijn ringvinger. Sprakeloos blijf
ik ernaar staren. Is het toeval dat hij mijn favoriete kleur heeft gekozen? Ik kijk naar hem
op en staar recht in een paar zwarte ogen. Zijn ooghoeken rimpelen even, maar voor ik
me dat goed en wel besef steekt hij onze handen triomfantelijk in de lucht. 'Voor eeuwig
de mijne.' Vanuit mijn ooghoek zie ik Luan verbouwereerd naar het schouwspel kijken.


Na de ceremonie worden alle tafels uit de grote zaal verwijderd en schalt er muziek
door de boxen die aan de hoge ribgewelven hangen. Sera komt op me afgelopen en trekt
me de dansvloer op. Ik bots al gauw tegen een bloeddronken tante op en zie her en der
wat jaloerse blikken naar Scath. Ik zou alleen niet weten waarom, zo bijzonder is de
beste man niet.


Een keiharde gil doorbreekt de toch al grimmige sfeer. Ik draai mijn hoofd met een ruk
om naar de andere kant van de zaal. Ik verstijf als ik Alistair Blackthorn een staak
omhoog zie houden en een van de Ashworths voor hem op de grond ligt.


Er gebeurt plots te veel tegelijk. Geschreeuw barst los, glazen kletteren op de grond en
de muziek valt uit.


Uit alle hoeken van de zaal komen leden van de Blackthorn familie naar voren.
Verschillende families moeten eraan geloven, maar iedereen vecht terug. Scath is
alleen nergens te zien. De angsthaas.


Zwarte mist kronkelt over mijn vingers en rolt over de vloer tussen bloederige
glasscherven door. Al snel verspreidt het zich tussen de genodigden en kruipt het
omhoog langs benen en armen.


'Wat de fuck..' Draven Blackthorn, de zoon van Alistair, maait met zijn armen om zich
heen en draait zich abrupt naar me om. Zijn ogen zijn rood van woede als hij zijn blik op
mij vastpint. 'Jij!'


Hij stormt op me af en voor ik me ook maar een centimeter kan verzetten is hij al bij me.
Zijn hand klemt zich om mijn hals. Hij duwt me ruw naar achteren tot ik de muur in mijn
rug voel drukken. Ook hij heeft een staak in zijn hand, die hij nu tegen mijn borstkas
aandrukt. Het brandt, maar gelukkig is de stof van mijn jurk vrij dik. Ik probeer me los te
rukken maar hij is sterker en de zwarte mist haalt op deze kleine afstand niets uit. 'Einde
van dit sprookje, bruidje.' Hij ontbloot zijn scherpe hoektanden in een duistere grijns en
drukt de staak dieper in mijn borstkas. De stof begint te smelten. 'Je denkt toch niet dat
de Blackthorns toestaan dat jullie de bloedcontracten uitbreiden?'


Voor ik er antwoord op kan geven boort een zwaard zich door zijn borstkas. Hij kijkt me
met grote ogen aan voor het zwaard met een nat geluid wordt teruggetrokken. Niet voor
lang want het volgende moment ligt zijn hoofd naast zijn lijf en valt de staak op de 
grond. Geschokt kijk ik op, recht in het gezicht van Scath. Zijn haar hangt los over zijn
voorhoofd, en hij is licht buiten adem. Zijn blik is strak op de mijne gericht. 'Ben je
gewond?'


Ik kan alleen maar ongelovig naar hem staren. 'Scath..'


Hij pakt mijn gezicht vast en bekijkt het van alle kanten alsof hij zich ervan moet
overtuigen dat ik echt niet gewond ben. 'Ik zei toch voor eeuwig.'

Terug naar blog

Reactie plaatsen