Hoop in de as van de vernietiging - Vicky Kennes
Hij was mijn vijand. En dat had genoeg moeten zijn.
#
"Míjn vijand," beklemtoont hij nogmaals, terwijl de woede van zijn gezicht af te lezen is.
Voor ik iets kan terugzeggen, grijpt hij de kristallen karaf van de tafel en smijt hem met brute kracht
tegen de vloer. Het glas explodeert in duizend scherven die over de marmeren tegels van mijn slaapkamer alle kanten uit schieten.
Verschrikt deins ik achteruit tot ik met mijn rug tegen de muur sta.
"Ik heb je uitdrukkelijk verboden om met hem om te gaan," bijt Killian me toe, zijn stem
trillend en duister. "Hoor je wel wat ik zeg?"
Als een roofdier komt hij dreigend dichterbij. Ik schrik op wanneer hij met zijn vuist tegen
de muur achter me slaat, ik voel de wind van de impact rakelings langs mijn wang scheren. Ik krimp in elkaar en knijp instinctief mijn ogen dicht, wachtend op een klap die niet komt. Wanneer ik ze weer open, kijkt hij me hijgend aan. Zijn ogen zijn donker van een bezitdrang die me de adem beneemt, terwijl ik volledig geklemd zit tussen zijn lichaam en de muur.
"Godverdomme Kiara, dringt het niet tot je door? Ik wil niet dat je met hem omgaat. Ik kan het niet aanzien. Je... je bent…"
Maar nog voor hij zijn zin kan afmaken, wordt de deur van mijn slaapkamer met een
oorverdovende klap ingetrapt. Liams stem buldert door de ruimte: "Waar the fuck denk je dat je mee bezig bent, Killian?!"
Ik kijk over Killians schouder en op het moment dat Liam mijn verschrikte blik ziet, verliest
hij elke vorm van zelfcontrole. Zonder enige uitleg te vragen grijpt hij Killian bij zijn T-shirt, sleurt
hem bij me vandaan en haalt uit. Zijn vuist landt vol op Killians neus. Het bloed spuit eruit en loopt
over zijn lippen, maar Killian herpakt zich razendsnel en begint terug te vechten.
#
De haat tussen hen is oud en diep geworteld. Als kroonprinsen van rivaliserende
koninkrijken kennen ze elkaar en mij alsinds de Royale Academie. Destijds had ik bijna een relatiemet Killian, een passie waar de hele school over sprak. Maar alles veranderde toen ik voor mijn eindwerk aan Liam werd gekoppeld. Die nachten boven de boeken en de gedeelde missies versterkten onze band op een manier die Killian nooit heeft kunnen verkroppen.
Op de Academie was ik al een veelbesproken getalenteerde heks waar iedereen naar
staarde, maar nu ik een vrouw ben geworden, is hun jongensachtige rivaliteit omgeslagen in een gevaarlijke claim. Beiden willen ze mij als hun officiële hofheks.
#
Hoewel ik moet bekennen dat ik stiekem geniet van de aandacht. Ik ben tot beiden
waanzinnig aangetrokken. Ze zijn als een hot yin and yang combo: beiden lang en breed gebouwd. Killian met zijn gitzwarte haar en amberkleurige ogen tegenover Liam, wiens witzilveren haar perfect matcht met zijn ijzige blik.
Ik voel de magie onder mijn huid bruisen. Ik spreid mijn armen en de kracht tintelt in mijn
vingertoppen. "Genoeg!" schreeuw ik. Met een krachtige schokgolf van pure energie werp ik hen beiden uit elkaar. De klap is zo hard dat ze naar de uiterste hoeken van de kamer worden
geslingerd.
Vervolgens laat ik met een enkele handeling van mijn rechterhand hun lichamen in de lucht zweven, volledig verlamd, zodat ze enkel nog kunnen toekijken. Oh, wat geniet ik hiervan. Ik haal behoedzaam een denkbeeldig stofje van mijn zwarte jurk en strijk met een trage, bewuste beweging over de kanten rand van mijn decolleté, waardoor hun blikken onvermijdelijk naar beneden dwalen.
#
Ik kijk hen met mijn lila ogen uitdagend aan, een klein glimlachje om mijn lippen. “Genoeg
met deze spelletjes, jongens,” zeg ik op een zijdezachte toon. “We zijn geen kinderen meer.” Ik laat mijn blik van de een naar de ander glijden, genietend van hun onmacht. “Gedraag je als de koningen dat jullie ooit horen te zijn, of ik breek jullie, nog voordat de kroon op jullie hoofd komt te staan.” Ik doe een stap dichterbij, mijn zwarte kanten jurk ritselend over de vloer. “En dat, o god, wat zou dat een zonde zijn,” voeg ik er schaamteloos flirterig aan toe. Mijn show was geslaagd, Liam slikt moeizaam, zijn blik intens van puur verlangen, terwijl Killian’s amberkleurige ogen letterlijk lijken op te lichten, een vurige mix van honger en aanbidding.
#
BOEM.
Mijn slaapkamerdeur vliegt met een donderende klap open.
"KIARA!!" De opperheks, Mevrouw Caliwell, stormt naar binnen. Ik draai met mijn ogen
en bekijk bezorgd naar de staat van mijn deur. Ik ga straks eens bekijken of ik geen spreuk kan bedenken, om zulke scenario’s te voorkomen. Kennelijk bestaat kloppen niet meer ? Mompel ik tegen mezelf, geïrriteerd. Ik draai me langzaam om, mijn vingers nog steeds elegant gekromd om de spreuk in stand te houden, en schenk haar een brede, triomfantelijke glimlach terwijl de twee prinsen nog steeds als marionetten boven de vloer zweven. "Ook een goedemorgen, Mevrouw Caliwell," zeg ik kalm. “Zie je niet dat ik bezig ben”? Hoewel ze probeert gezag uit te oefenen omwille van haar positie en mijn mannelijk gezelschap, ken ik haar goed genoeg om te weten dat het trots is dat ik in haar groene ogen zie.
#
“Ik zie dat je jezelf van het nodige entertainment hebt voorzien,” zegt ze droogjes, terwijl ze de ravage in mijn kamer negeert. Haar stem wordt echter direct daarna serieus. “Maar ik heb iets dringends te bespreken met je, mijn kind.”
#
Ik ben niet echt haar kind, maar ik ben praktisch grootgebracht op de academie met haar,
de befaamde Prue Caliwell, als mijn ontfermer. Niemand wist wie mijn ouders waren. Ik zou als peuter gevonden zijn in het meer grenzend aan de academie, drijvend op een giga waterlelieblad. Net een sprookje, zei Prue altijd, maar later bleek alsnel dat mijn krachten iets veel duisterder in petto hadden.
#
Prue gunt Killian en Liam, die nog steeds hulpeloos in de lucht hangen, geen blik waardig.
“Zet ze neer, Kiara,” gebiedt Prue. Haar stem is zachter dan normaal, maar dwingend. “Er is bezoek voor je.” Ik til mijn wenkbrauw vragend naar omhoog. “Bezoek?” Terwijl ik het in vraag stel, laat ik mijn krachten abrupt los. De twee prinsen komen met een bruusk klap op de vloer terecht. Killian herstelt zich met een diepe grom, terwijl Liam zich geruisloos opricht, zijn ogen vol vragen. Prue staat er ongemakkelijk bij. Ze dicht de afstand tussen ons met een moederlijke toets. Ze streelt mijn zwarte golven achter mijn schouder en laat haar hand op mijn wang rusten. Haar hand voelt warm aan, maar haar ogen staan onrustig.
“Hij is er, mijn prachtige kind,” benadrukt ze op een fluistertoon. “Hij is vandaag gekomen
speciaal om jou te ontmoeten. Je bent een vrouw nu.” Dat laatste zorgt ervoor dat Liam en Killian elkaar vragend aankijken, hun onderlinge rivaliteit even vergeten door de mysterieuze sfeer die nu in de kamer hangt.
#
“Hey hallo, wat bedoelt u, Mevrouw Caliwell?” vraagt Killian brutaal met een mengeling van
irritatie en argwaan.
#
Prue draait even haar aandacht naar hen om, haar hand nog steeds op mijn wang. “Kiara
moet binnen twee dagen, traditioneelgewijs, het ritueel volgen als meerdere koninkrijken voor haar kiezen. In het licht van de volle maan, aan de stenen tafel, zullen alle prinsen aan tafel gaan zitten. Daar wordt vurig besproken wie haar de beste opties kan bieden. En vervolgens... vervolgens kiest de heks.” “Maar hij is geen prins,” gaat Prue verder, haar stem trillend. “Hij is de Koning van de Schaduwen, heerser van de Onderwereld. Hij beweert dat jij zijn erfgename bent, wat wil zeggen dat je dan niet als hofheks aangesteld kan worden.”
#
“Wat? Wat?!” Mijn magie flakkert op van pure woede, de schaduwen in de hoeken van de
kamer lijken bijna tot leven te komen. “Waarom nu? Waarom zou hij zo lang gewacht hebben?” “Omdat je achttien bent en de laatste ceremonie zou moeten uitvoeren,” zegt Prue gejaagd. “Hij heeft een trouwpartner voor je gevonden. Jouw huwelijk zou ervoor zorgen dat je nooit als hofheks aan het werk zal moeten gaan, schat. Dan ben je een prinses. En laten we eerlijk zijn: je krachten blijven maar groeien. Er gaat een punt komen dat we het niet langer onder controle gaan kunnen houden.”Ik voel hoe Killian en Liam achter me verstijven. Het idee dat de vrouw die ze begeerden nu plotseling een duistere troon in de Onderwereld wacht, slaat in als een bom. "Ik word door niemand gecontroleerd," siss ik, terwijl de paarse gloed in mijn ogen feller brandt dan ooit. "Niet door de Academie, niet door die twee prinsen, en zeker niet door een zogenaamde vader die me achttien jaar lang als een stuk afval in een meer heeft laten drijven."
#
Ik draai me om naar de deur, mijn zwarte sleep zwaait woest om mijn benen. "Als de
Koning van de Schaduwen denkt dat hij me simpelweg kan uithuwelijken om mijn magie te temmen, dan heeft hij een heel verkeerd beeld van zijn 'erfgename'. Ik storm de kamer uit, mijn hart bonkt in mijn keel en mijn adem stokt. De muren van de gang lijken op me af te komen. Ik voel de magie onder mijn huid branden, een vloeibaar vuur dat elke seconde kan ontsnappen. Ik moet weg, weg van Prue’s bezorgde blik en weg van de verwarde ogen van Liam en Killian. Het doet pijn, en instinctiefschakel ik op automatische piloot.
#
Zonder na te denken vliegen mijn voeten over de stenen trappen, dieper en dieper de academie in. Naar de ondergrondse trainingsruimte, een enorme kelder die door generaties heksen met zware magie is versterkt om uitbarstingen zoals die van mij op te vangen. Als kind werd ik hier meer dan eens naartoe gestuurd voor mijn 'time-outs', zoals die keer toen mijn emoties de overhand namen en ik alle vazen, beelden en ramen in de gangen spontaan liet knappen.
#
Maar dit keer voelt het anders. Het is geen kinderlijke driftbui, het is een allesverslindende
vloedgolf. De gedachte aan een biologische vader uit de Onderwereld, de vrees voor een toekomst die ik niet zelf mag bepalen, en de verstikkende angst om Liam en Killian kwijt te raken... het wordt me teveel.
#
Ik bereik de zware, met ijzer beslagen deur van de kelder en ruk hem open. De koude,
vochtige lucht van de ruimte slaat in mijn gezicht, maar het brengt geen verkoeling. Ik haal het midden van de zaal maar net.
#
Dan explodeert het. De magie barst uit me als een vloedgolf. Ik schreeuw het paniekerig uit, een krijs die mijn longen lijkt te verscheuren. Het brandt. Het brandt aan de binnenkant van mijn aderen, in mijn botten, in mijn ziel. De versterkte muren dreunen en scheuren onder de kracht van mijn ontlading, en de lucht om me heen vat vlam in een onnatuurlijk, duister vuur. Ik zak op mijn knieën, mijn handen tegen de koude vloer geperst. Buiten de zware deur hoor ik Prue’s stem. Ze roept mijn naam, haar stem slaat over van angst. Ik hoor haar tegen de deur beuken, ze probeert met alle macht binnen te komen, maar de paniek heeft me volledig in zijn greep. Instinctief richt ik mijn hand op de ingang. Een muur van pure, rauwe energie blokkeert de toegang, niemand zal deze arena betreden. Zelfs zij niet.
Ik begin oncontroleerbaar te schokken. De hitte is onverdraaglijk. Ik voel het vlees van mijn
gezicht en armen wegbranden in mijn eigen magie. De pijn is zo intens dat het alles overneemt. Is dit het dan? Gaat mijn eigen kracht me van binnenuit verteren?
Ik kijk nog één keer in de richting van de deur, waar Prue door het kleine kijkgat staart. Mijn stem kan geen geluid meer voortbrengen, mijn keel voelt nu rauw en pijnlijk aan. Met mijn
laatste restje kracht mond ik haar de woorden: “Mama.”
#
Ik zie nog net hoe er een traan uit Prue haar ogen ontsnapt voordat mijn zicht begint te
vertroebelen. Ik begin te wankelen, verloren in de magie, verloren in de strijd tegen mezelf. Maar net als ik dacht alle hoop te zijn verloren, voel ik een machtige tegenkracht, een energie die mijn chaos weer in balans weet te brengen als nooit tevoren. Zwarte schaduwen vullen de ruimte. Het gordijn van donkere rook dooft alsnel het vuur en als het rondom mij circuleert, voelt het als een verkoelende balsem. De intense hitte in mijn aderen ebt weg en ik slaak een diepe zucht van opluchting. Te uitgeput om nog een seconde rechtop te blijven zitten, val ik achterover. Mijn rug raakt de koude vloer echter niet. In plaats daarvan bots ik tegen de harde, brede borst van een man die uit het niets plots achter me is verschenen.
#
Ik knipper een paar keer met mijn ogen, ervan overtuigd dat ik in een droom ben beland.
Hij is zo knap dat het pijn doet om naar hem te kijken, met een bleke, bijna marmeren huid die hem iets weggeeft van een vampier. Zijn gitzwarte haren vallen soepel langs zijn strakke kaaklijn, maar het zijn zijn ogen die me de adem benemen. Ze zijn lila. Een diepe, stralende kleur paars die exact matcht met die van mij. Bezorgd laat hij zijn sterke hand over mijn gezicht strelen, de plaatsen waar eerder brandwondes zaten verdwijnen in zwarte wolkjes als antwoord op zijn aanraking. Ik leun tegen hem aan, te uitgeput om me nog te verzetten tegen de vreemde aantrekkingskracht die tussen ons pulseert.
#
"Rustig maar, mijn prinses," fluistert hij, zijn stem zo diep, dat ik er haast van begin te blozen. Zijn sterke armen sluiten zich om me heen, een bezitterige greep die me tegelijkertijd doodsbang en om de één of andere reden dolgelukkig maakt. "Ik ben er nu. Je hoeft jezelf niet meer te op te branden. Sorry, het spijt me dat ik zo laat ben.” Ik wil er iets aan toevoegen maar mijn energie is op.
“Sst zeg maar niets meer mijn lieve Nyx, we gaan samen naar huis”. In de duisternis van mijn onderbewustzijn voel ik nog hoe hij moeiteloos met mij rechtstaat. Hij drukt een tedere kus tegen mijn voorhoofd, rust zijn kaak er even tegen, en kust vervolgens nog een paar keer intens mijn voorhoofd. Het is een aanraking die me door en door raakt, hoewel hij een volkomen vreemde is, voelt het op een onverklaarbare manier toch vertrouwd aan. Alsof mijn ziel hem al kende voordat mijn ogen hem ontmoetten. Terwijl ik dieper wegzink in de zwarte leegte, voel ik plotseling iets onverwachts. Iets nats en warms drupt op mijn wang. Ik ben te zwak om mijn ogen te openen, maar ik voel de trilling in zijn borstkas, een ingehouden snik die zijn hele lichaam doet schokken. Hij huilt. Het is alsof hij me al duizend jaar kwijt was en me nu pas, in de as van mijn eigen vernietiging, heeft teruggevonden.
#
Buiten de deur hoor ik het gedempte geschreeuw van Killian en Liam, die wanhopig
proberen door mijn barrière heen te breken, maar hun stemmen voelen nu mijlenver weg. Mijn angst van eerder maakt nu plaats voor een brandende nieuwsgierigheid.
#